top of page
Vyshyvanka

TASTZINTUIG

Het tastzintuig kan voor iedereen als anders ervaren worden. Vind je aanraking leuk of eerder niet? 

Je kan onder- of overprikkeld zijn voor het tastzintuig. 

Hiernaast vind je enkele voorbeelden.

Let op: slechts ENKELE voorbeelden. Nog andere criteria zijn dus mogelijk. 

In de huid bevinden zich sensoren waarmee je kunt voelen. Met drie verschillende sensoren registreer je aanraking (tastsensoren), temperatuur (thermoreceptoren) en pijn (nociceptoren).

 

Op sommige plekken in de huid heb je heel veel tastsensoren zoals op de vingertoppen en de lippen. Op andere plaatsen, zoals op je rug zijn er veel minder, die plekken zijn daardoor ook minder gevoelig. Lichte aanraking wordt met andere sensoren waargenomen als stevige aanraking. De signalen van stevige aanraking hebben voorrang op de signalen die door de pijnsensoren worden doorgegeven. Vandaar dat stevig wrijven over een pijnlijke plek helpt tegen de pijn.

(Thoonsen en Lamp, 2015)

 

Lichte aanraking kunnen we beschrijven zoals het gevoel van een veer die langs je arm strijkt of ruim zittende kleding die de huid aanraakt.

Stevige aanraking kunnen we beschrijven als de huid stevig wordt aangeraakt. Zoals het gevoel dat je krijgt van een diepe massage of van stevige, nauwsluitende kleding.

Onderprikkeld persoon:

  • Sneller de grenzen van andere overschrijden, is op zoek naar extra tastinformatie. Bv dichtbij komen.

  • Vuile mond niet velen.

  • Ruwer in aanrakingen.

  • Veel friemelen bv aan materialen, zichzelf of anderen. Wil alles en iedereen aanraken.

  • Merkt niet als hij aangetikt wordt of als iemand hem zachtjes aanstoot.

  • Met verschillende materialen aan de slag. Heeft er geen last van als hij helemaal onder zand of water zit.

  • Trekt zijn (sokken en) schoenen uit omdat hij extra prikkels aan zijn voeten wil ervaren

  • Heeft het zelf niet door als er speeksel over zijn kin loopt of zijn mond vuil is

(Thoonsen en Lamp, 2015)

Overprikkeld persoon:

  • Geïrriteerd of boos reageren op onverwachte aanraking.

  • Liever achteraan een rij lopen.

  • Graag op een rustig plekje zitten in de klas zonder teveel passage.

  • Klagen over sokken, schoenen, labels in kledij.

  • Eerst willen douchen na het spelen met zand.

  • Verzorging niet leuk vinden, kapper niet leuk vinden.

  • geeft de voorkeur aan kleding met lange mouwen wanneer het warm is of aan kleding met korte mouwen wanneer het koud is

  • niet graag aan dingen voelen.

  • Niet willen ‘vies/vuil’ maken.

  • Schrikt als iemand hem aanraakt en springt opzij als iemand hem zachtjes duwt. Kietelen niet willen.

  • Laat zich moeilijk verzorgen omdat haren wassen, haren kammen, tandenpoetsen, aankleden onprettig aanvoelen

  • Trekt zijn (sokken en) schoenen of andere kleding uit omdat hij het gevoel van de kledij niet verdraagt.

(Thoonsen en Lamp, 2015)

Wil je graag meer weten over jouw tastzintuig? Wil je graag eerst meer informatie? Neem dan gerust contact met me op.

Het tastzintuig
autisme Therapie

Tastzintuig - Samen ertegenaan

Maak een afspraak

Wens jij een afspraak te maken voor je kind, jezelf, een familielid? Aarzel dan zeker niet om contact op te nemen. Samen werken we namelijk een persoonlijke aanpak uit, volledig op maat. 

Na het eerste intake gesprek kan u nog kiezen of u al dan niet verder gaat met de therapie.

bottom of page